Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- mr. Gulickx, namens de man;
- mr. Van Haperen, namens de vrouw.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen, ouders van twee minderjarige kinderen, zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin kinderalimentatie is vastgesteld. De man betwistte de hoogte van de alimentatie en stelde dat zijn draagkracht onvoldoende was om het door de rechtbank vastgestelde bedrag te voldoen.
Het hof onderzocht de behoefte van de kinderen aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen tijdens de samenleving en hield rekening met het kindgebonden budget. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van de winst uit onderneming in 2022, waarbij het hof geen rekening hield met vermeende schulden vanwege het ontbreken van bewijs. De vrouw ontving een uitkering en had geen draagkracht.
De zorgkorting werd vastgesteld op 5% vanwege de beperkte zorgregeling, gezien de zorgbehoefte van de kinderen. Na toepassing van de zorgkorting en wettelijke indexering werd de kinderalimentatie per 1 januari 2024 vastgesteld op €344 per kind per maand. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en compenseerde de proceskosten, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank tot vaststelling van kinderalimentatie wordt bekrachtigd met een geïndexeerd bedrag van €344 per kind per maand per 1 januari 2024.