ECLI:NL:HR:2011:BO9675
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Toepassing waarheidsplicht artikel 21 Rv in familierechtelijke procedures over kinderkosten
Partijen, voormalig echtelieden met twee kinderen, waren in geschil over de hoogte van de kinderkostenbijdrage na echtscheiding. De man verzocht de bijdrage te verlagen, wat de rechtbank toewijst, maar het hof stelt een lagere bijdrage vast omdat beide partijen niet voldeden aan de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 21 Rv Pro van toepassing is op alle procedures in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, inclusief verzoekschriftprocedures. De rechter mag ambtshalve vaststellen dat partijen deze verplichting schenden en daaraan gevolgen verbinden, ook zonder dat partijen dit hebben besproken. Dit kan leiden tot gevolgtrekkingen over draagkracht, zoals in deze zaak dat beide partijen ieder de helft van de kosten kunnen dragen.
De Hoge Raad verwerpt de klachten van partijen dat artikel 21 Rv Pro niet van toepassing zou zijn en bevestigt dat het hof terecht de draagkracht heeft vastgesteld op basis van de gebrekkige informatie. Ook de klachten over de motivering en het niet ingaan op bepaalde kosten worden afgewezen. Het cassatieberoep en het incidentele cassatieberoep worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de waarheidsplicht van artikel 21 Rv geldt voor alle civiele procedures en dat het hof terecht de draagkracht van partijen heeft vastgesteld.