In deze civiele zaak tussen appellante en geïntimeerde staat de vraag centraal of de algemene voorwaarden van appellante toepasselijk zijn en of sprake is van onrechtmatige concurrentie door ronselen van werknemers. Het hof bevestigt dat appellante het bewijs heeft geleverd dat zij haar algemene voorwaarden per e-mail aan geïntimeerde heeft toegestuurd en dat geïntimeerde deze heeft ontvangen. De tegenbewijslevering van geïntimeerde, gebaseerd op een verklaring van haar IT-dienstverlener, is onvoldoende gemotiveerd en overtuigend bevonden.
Het hof overweegt dat geïntimeerde niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar IT-dienstverlener een volledig en diepgaand onderzoek heeft verricht in de e-mailbox, waaronder de spambox en verwijderde items. Hierdoor faalt het verweer dat de e-mail niet is ontvangen of dat de bijlage ontbrak. Vervolgens wordt vastgesteld dat geïntimeerde de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden heeft aanvaard.
Het hof staat geïntimeerde toe bewijs te leveren dat de medewerkers van appellante hun werkzaamheden in de Lidl-filialen onder haar leiding en toezicht uitvoerden, hetgeen relevant is voor het geschil over onrechtmatige concurrentie. Het hof regelt de procedure voor het leveren van dat bewijs, waaronder het horen van getuigen, en moedigt partijen aan om te streven naar een minnelijke oplossing gezien de kosten en belangen.
De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na het getuigenverhoor, waarbij het hof de rol van 21 januari 2025 bepaalt voor de organisatie van het verhoor en de opgave van getuigen.