Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2024:499

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 februari 2024
Publicatiedatum
20 februari 2024
Zaaknummer
200.274.786_01 H (afwijzing)
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 79 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering proceskostenbeslissing in hoger beroep

In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 31 oktober 2023 een eindarrest gewezen waarin Keytech Personeelsdiensten B.V. werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de wederpartij. Keytech heeft vervolgens een verzoek ingediend om verbetering van deze proceskostenbeslissing, stellende dat het hof een kennelijke fout had gemaakt bij de begroting van de salariskosten van de advocaat.

Het hof heeft overwogen dat het verzoek niet berust op een kennelijke fout of misslag, maar feitelijk een bezwaar betreft tegen de toegepaste liquidatietarieven (tarief II versus tarief VII). Het hof benadrukt dat de begroting van proceskosten een discretionaire bevoegdheid van de rechter is en dat het verzoek geen grond biedt om het arrest te herzien.

Daarom wijst het hof het verzoek tot verbetering af en bevestigt de oorspronkelijke proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de rolraadsheer namens het hof op 20 februari 2024.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de proceskostenbeslissing wordt afgewezen wegens ontbreken van een kennelijke fout.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.274.786
arrest van 20 februari 2024 op een verzoek in de zin van artikel 31 Rv Pro van het arrest, gewezen op 31 oktober 2023
in de procedure in hoger beroep die bij dit hof aanhangig is geweest tussen
Keytech Personeelsdiensten B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna: Keytech,
advocaat: mr. F. Kolkman te Almelo,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna: [geïntimeerde] ,
advocaat: mr. B. Vermeirssen te Kattendijke.

10.Overwegingen

10.1.
Het op 31 oktober 2023 tussen partijen gewezen eindarrest bevat in het dictum de volgende proceskostenveroordeling:
“veroordeelt Keytech in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] op € 1.727,= aan griffierecht en op € 3.549,= aan salaris advocaat;”
10.2.
Met betrekking tot deze proceskostenbeslissing heeft het hof in r.o. 9.12 overwogen:
”9.12. Het in overwegende mate falen van de grieven betekent dat Keytech ook in hoger beroep als de hoofdzakelijk in het ongelijk gestelde partij heeft te gelden. Om die reden zal zij worden verwezen in de kosten van het geding in hoger beroep, waarbij het hof de salariskosten zal begroten op basis van het in eerste aanleg in reconventie toewijsbaar geoordeelde bedrag.”
10.3.
Bij brief van 22 december 2023 is namens [geïntimeerde] - kort gezegd - geschreven dat het hof daarbij een kennelijke fout heeft gemaakt. [geïntimeerde] betoogt dat de salariskosten onjuist zijn begroot, omdat deze hoger vastgesteld hadden moeten worden. Volgens [geïntimeerde] had het hof de post salaris advocaat moeten begroten op 4,5 maal € 3.413,= (tarief VII, bij zaken met een financieel belang tussen € 390.000,= en € 1.000.000,=). De vordering van [geïntimeerde] in eerste aanleg betrof een belang van circa € 13.000,= en had volgens [geïntimeerde] in redelijkheid geen invloed op het financieel belang van de zaak.
10.4
Bij brief van 9 januari 2024 heeft mr. Kolkman namens Keytech - verkort weergegeven - geschreven dat het liquidatietarief een niet-bindende richtlijn is en geen recht in de zin van artikel 79 RO Pro. Mr. Kolkman voert aan dat de berekening van het salaris advocaat door het hof is gemotiveerd en bij de aangehouden uitgangspunten niet onjuist. Hij bepleit de afwijzing van het verzoek.
10.5
Het hof overweegt dat geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het is de rechter die de proceskosten begroot en daarbij geniet deze een grote mate van vrijheid. Bij toepassing van tarief II in het liquidatietarief leidt het aantal punten tot het berekende salaris, omdat in het geval van toepassing van tarief II slechts maximaal 3 punten voor proceshandelingen in aanmerking worden genomen.
10.6.
Het hof heeft op hem moverende gronden, die verder geen motivering van het hof behoeven, voor de begroting van de door Keytech te betalen bijdrage in de proceskosten van [geïntimeerde] aansluiting gezocht bij het financieel belang van de vorderingen van [geïntimeerde] in reconventie. Het verzoek berust niet op een kennelijk fout of misslag, maar betreft in de kern een bezwaar tegen het hanteren van tarief II in plaats van tarief VII als uitgangspunt voor de berekening van de post salaris. Nu de proceskostenbeslissing niet berust op een kennelijke fout of misslag, biedt artikel 31 Rv Pro. geen grondslag om op die beslissing terug te komen.
10.7
Het hof concludeert dat het verzoek tot verbetering van het gewezen eindarrest moeten worden afgewezen. Het hof beslist als volgt.

11.De uitspraak

Het hof:
wijst het verzoeken tot verbetering van het op 31 oktober 2023 gewezen eindarrest af.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.G.W.M. Stienissen, R.J.M. Cremers en B. Kloppert en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 februari 2024.
griffier rolraadsheer