Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
2.[geïntimeerde 2] ,woonplaats gekozen hebbende te [woonplaats] ,
1.Het verzoek van [appellant]
“[hof: de ouderlijke boedelverdeling]”betreft een kennelijke verschrijving.
“De stelling dat [geïntimeerde 1] bewust en stelselmatig de waarheidsplicht van artikel 21 Rv Pro heeft geschonden met het oogmerk de rechten van [appellant] tot de nalatenschap te verkorten ten gunste van [geïntimeerde 1] , is uitsluitend gebaseerd op aannames, veronderstellingen en een herhaald betoog over waarom de stellingen van [appellant] wel juist zijn en die van [geïntimeerde 1] niet”is pertinent