Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/289696 / HA ZA 21-141)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties 46-47d, tevens wijziging van eis;
- de memorie van antwoord;
- de bij brief van 23 oktober 2023 door LBB Solutions toegezonden producties 48-51, die mr. Smits-Emons bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de mondelinge behandeling van 30 oktober 2023, waarbij mr. Smits-Emons spreekaantekeningen heeft overgelegd.
3.De beoordeling
Hierbij moet ik je mededelen dat wij per 1 augustus a.s. de inzet van LBB bij NL Security
(..)
(..) [persoon D] (..) ik heb een vraag (..)
Hi [persoon A]
(..) We gaan even kijken mbt datum voor passen kleding.
Beste [persoon E] ik dien per vandaag 9-7-2020 mijn ontslag in kun jij mij laten weten waneer
.
Geachte [persoon E] ,
Hierbij deel ik u mede dat u zich aan de wettelijke uitwerk tijd dient te houden. (..)"
Jouw briefje met uitwerktijd is prima!
(.. ) Vanaf 1 augustus 2020 stop ik, [persoon C] , met werken bij LBB Solutions.
Ben benieuwd met wat hij verder komt….
(..)
Hallo eerdere roosters vervallen
Hierbij verklaar ik dat ik zelf gestopt ben bij LBB Solutions. Omdat geen werk meer was. En niemand heeft mij benadert om bij een ander bedrijf gaan werken. LBB heeft mij nooit een arbeidscontract gegeven (..)"
[persoon E] belde mij begin juli op dat nl de samen werking per 1 augustus had
Hierbij verklaar ik (..) dat ik geen ontslag heb ingediend omdat [persoon A] dat
Art. 22 Niet Pro-overname personeel1. De opdrachtgever zal gedurende de looptijd van de overeenkomst alsmede één jaar na beëindiging daarvan, op generlei wijze, behoudens nadat goed zakelijk overleg ter zake heeft plaatsgehad met gebruiker, medewerkers van gebruiker of van ondernemingen waarop gebruiker ter uitvoering van deze overeenkomst beroep heeft gedaan en die betrokken zijn (geweest) bij de uitvoering van de overeenkomst, in dienst nemen dan wel anderszins, direct of indirect, voor zich laten werken.”
[xx] @ [xx] .nl) als vermeld op de e-mail van 22 maart 2019 12:23 van LBB Solutions, die NL Security als productie 2 bij conclusie van antwoord heeft overgelegd - en die zij dus heeft ontvangen. Nu NL Security op het genoemde e-mailadres een e-mail van LBB Solutions van enkele uren eerder wel heeft ontvangen, had het op haar weg gelegen om niet te volstaan met de enkele betwisting van de ontvangst van de e-mail van 15:10, maar om die betwisting te onderbouwen, bijvoorbeeld met een verklaring van haar IT-dienstverlener met betrekking tot op 22 maart 2019 op het e-mailadres
[xx] @ [xx] .nlwel/niet ontvangen e-mails. Op grond daarvan oordeelt het hof voorshands dat LBB Solutions het bewijs van de verzending door haar en de ontvangst door NL Security van de e-mail van 22 maart 2019 15:10 met als bijlage haar algemene voorwaarden, heeft geleverd. Het hof zal NL Security toelaten tot tegenbewijs zoals hierna in het dictum is vermeld. Beide partijen dienen schriftelijke bewijsstukken op voorhand aan de raadsheer-commissaris en de wederpartij toe te zenden.
(…) in strijd met hetgeen in art. 12 van Pro de arbeidsovereenkomst met LBB Solutions is overeengekomen.” [7] Het hof heeft in rov. 3.2.7. artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst van [persoon A] weergegeven. Artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst van [persoon B] is, zoals hiervoor in rov. 3.2.8. vastgesteld, daaraan gelijkluidend met dien verstande dat de termijn in artikel 12.1, 12.2 en 12.3 niet vijf jaar maar twee jaar is. De rechtbank heeft vastgesteld [8] dat LBB Solutions met [persoon C] geen schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft gesloten. LBB Solutions heeft daartegen geen grief gericht. LBB Solutions kan zich ten aanzien van [persoon C] dus niet met succes op het non-concurrentiebeding beroepen.
(…) direct of indirect zakelijke contacten te onderhouden met (rechts-) personen waarmee LBB (…) enig zakelijk contact heeft gehad of waarmee de nieuwe werkgever (…) zakelijk contact onderhoudt.” De vraag is of [persoon A] en [persoon B] , als werknemers met, zoals onweersproken is gesteld [9] , een mbo-diploma particuliere beveiliging, hebben moeten begrijpen dat dit beding eraan in de weg stond dat zij binnen de voor hen bepaalde termijn als werknemer bij een ander beveiligingsbedrijf in dienst konden treden. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Het betrekt daarbij, naast het feit dat zij geschoold zijn als beveiliger en uit dien hoofde niet kunnen worden geacht te beschikken over arbeidsrechtelijke kennis, dat het beding drie keer de term “zakelijke contacten” bevat: de werknemer mag na het einde van de arbeidsovereenkomst geen zakelijke contacten onderhouden met (rechts-) personen met wie LBB Solutions zakelijke contacten onderhoudt of met wie “de nieuwe werkgever” zakelijke contacten onderhoudt. Aan ‘zakelijke contacten onderhouden’ komt dus de betekenis toe van (als ondernemer) ‘zaken doen’. Bovendien volgt uit de formulering van het beding dat het wél is toegestaan om bij een ander bedrijf – “de nieuwe werkgever” - in dienst te treden. Het hof concludeert dat artikel 12 van Pro de arbeidsovereenkomst er niet aan in de weg stond dat [persoon A] en [persoon B] bij NL Security in dienst traden en dat zij door dat te doen dus niet zijn tekortgeschoten in de nakoming van een uit de arbeidsovereenkomst met LBB Solutions voortvloeiende verbintenis. Zij hebben anders gezegd geen wanprestatie gepleegd en NL Security heeft dus ook niet geprofiteerd van hun wanprestatie.
daardoorde schade waarvan zij vergoeding vordert heeft geleden. Voor het kunnen vaststellen van dat causaal verband moet in ieder geval zijn voldaan aan het condicio sine qua non-criterium: onderzocht moet worden of, indien de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust wordt weggedacht, de schade zonder die gebeurtenis ook zou zijn ingetreden. Is dat het geval, dan ontbreekt het causaal verband. De rechtbank heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daartegen richten zich de grief.