Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 19 april 2022 en het herstelexploot van 4 oktober 2022 ex artikel 125 lid 5 Rv Pro;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
- de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
- de mondelinge behandeling, waarbij Bpf Vervoer spreekaantekeningen heeft overgelegd en alsnog een kopie van de in het procesdossier ontbrekende ‘akte uitlating producties’ van [geïntimeerde] in eerste aanleg in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
[geïntimeerde] zelf heeft nooit gegevens aan Bpf Vervoer doorgegeven en had geen financiële bemoeienis met de onderneming van zijn vader. Vanaf het moment dat Bpf Vervoer contact met [geïntimeerde] opnam heeft hij aangegeven dat hij geen personeel in dienst had. [geïntimeerde] betwist de echtheid van zijn handtekening op de documenten die Bpf Vervoer in het geding heeft gebracht en de juistheid van de loonstroken, die kennelijk zijn uitgereikt door zijn vader, onder vermelding van een onjuist werkgeversnummer en een onjuiste werkgeversnaam.
4.De uitspraak
- opgave van het aantal getuigen en van de verhinderdata van partijen zelf, hun advocaten en de getuige(n) in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest; en