Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 10719258 \ CV EXPL 23-4136)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties 1 tot en met 3;
- de memorie van antwoord met producties 9 en 10;
- de op 22 december 2023 gehouden mondelinge behandeling, waarbij partijen hun standpunten hebben toegelicht en vragen van het hof hebben beantwoord;
- de bij brief van 7 december 2023 door [appellant] toegezonden producties 4 tot en met 7, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij H12-formulier van 19 december 2023 door [appellant] toegezonden producties 8 en 9, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij H12-formulier van 20 december 2023 door Heemwonen toegezonden producties 11 en 12, die Heemwonen bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht;
- de bij H12-formulier van 21 december 2023 door [appellant] toegezonden productie 10, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
- a. Heemwonen is een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van Pro de Woningwet, werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting.
- b. Een rechtsvoorgangster van Heemwonen heeft de zelfstandige sociale huurwoning aan het [adres] te [woonplaats] met ingang van 1 augustus 1975 verhuurd aan de vader van [appellant] . [appellant] is geboren op 10 november 1963 was op 1 augustus 1975 dus 11 jaar oud. [appellant] en zijn vader hebben vanaf 1975 in de woning gewoond.
- c. Heemwonen heeft bij de inleidende dagvaarding kopieën overgelegd van brieven van 15 maart 2022 en op 23 mei 2022, gericht aan de vader van [appellant] , met het doel een afspraak in de plannen voor het installeren van een wettelijk verplichte rookmelder. Heemwonen heeft op deze brieven geen reactie ontvangen.
- d. Heemwonen heeft bij de inleidende dagvaarding voorts kopieën overgelegd van herinneringsbrieven van 19 juli 2022 en 10 oktober 2022, gericht aan de vader van [appellant] . In deze brieven staat onder meer het volgende:
- f. Op 13 januari 2023 is Heemwonen naar de woning gegaan voor een huisbezoek. De deur van de woning werd op die dag niet voor Heemwonen opengedaan.
- g. Heemwonen heeft een kopie overgelegd van een brief 11 april 2023 van [persoon A] , medewerker vastgoeddata bij Heemwonen, gericht aan de vader van [appellant] . Deze brief bevat het (herhaalde) verzoek om een afspraak te maken voor inspectie van de woning in verband met het energielabel van de woning. Ook op deze brief is niet gereageerd.
- h. Heemwonen heeft een kopie overgelegd van een brief van 30 augustus 2023, gericht aan de vader van [appellant] , met de mededeling dat een huurachterstand van € 31,93 is ontstaan en met het verzoek om dat bedrag vóór 4 september 2023 te voldoen. Op deze brief is niet gereageerd en de betalingsachterstand werd niet ingelopen.
- i. Heemwonen heeft vervolgens bij de gemeente Landgraaf informatie uit de Basisregistratie Personen opgevraagd. Uit het door de gemeente aan Heemwonen toegezonden uittreksel uit de Basisregistratie Personen van 8 september 2023 bleek dat de vader van [appellant] op 22 januari 2023 was overleden. De vader van [appellant] is geboren op 2 juni 1926 en was op het moment van overlijden dus 96 jaar oud. Uit het uittreksel bleek ook dat [appellant] nog op het adres van de woning stond ingeschreven.
- j. Bij brief van 12 september 2023 heeft de advocaat van Heemwonen aan [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:
- k. [appellant] heeft niet op de brief van 12 september 2023 gereageerd.
- l. [appellant] is momenteel 60 jaar oud.
- Heemwonen heeft een spoedeisend belang bij beoordeling van haar vordering in kort geding (rov. 4.1).
- Gelet op het door [appellant] gevoerde verweer, gaat het er in deze zaak alleen om of voorshands kan worden geoordeeld dat een uitzondering op de termijn van zes maanden als bedoeld in artikel 7:268 BW Pro moet worden gemaakt (rov. 4.2).
- [appellant] heeft onvoldoende concreet onderbouwd dat er aanleiding bestaat om een uitzondering te maken op de dwingendrechtelijke termijn van artikel 7:268 BW Pro. Dit brengt mee dat [appellant] zonder recht of titel in de woning verblijft. Er kan niet worden aangenomen dat de belangen van [appellant] zwaarder wegen dan die van Heemwonen. De vordering tot ontruiming moet daarom worden toegewezen (rov. 4.5).
- Heemwonen moet het vonnis zonder vertraging ten uitvoer kunnen leggen. Het vonnis wordt daarom uitvoerbaar bij voorraad verklaard (rov. 4.6).
- [appellant] veroordeeld om na betekening van het vonnis het gehuurde uiterlijk op 1 januari 2024 te ontruimen;
- [appellant] in de proceskosten veroordeeld;
- Het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- Het meer of anders gevorderde afgewezen.
- m. Heemwonen heeft het kortgedingvonnis op 8 november 2023 aan [appellant] laten betekenen, en daarbij aangezegd dat, indien [appellant] de woning niet uiterlijk op 1 januari 2024 heeft ontruimd, de gerechtelijke ontruiming zal plaatsvinden op woensdag 3 januari 2024 vanaf 09:00 uur.
- n. Heemwonen heeft in de memorie van antwoord (punt 54) meegedeeld dat zij de deurwaarder heeft laten weten dat zij de uitkomst van het onderhavige hoger beroep wil afwachten, en dat de woning dus niet eerder ontruimd zal worden dan nadat het hof arrest heeft gewezen in het onderhavige hoger beroep.
- o. [appellant] heeft in december 2023 een dagvaarding in een bodemzaak aan Heemwonen laten betekenen. [appellant] vordert in die dagvaarding, samengevat, een verklaring voor recht dat [appellant] huurder is met betrekking tot het gehuurde, althans dat [appellant] de huurovereenkomst van de vader van [appellant] zal voortzetten, althans dat [appellant] een gebruiksrecht heeft met betrekking tot de woning.
- Een huurovereenkomst vormvrij kan worden aangegaan;
- [appellant] zich altijd als huurder heeft gedragen;
- [appellant] na het overlijden van zijn vader huur heeft betaald en Heemwonen die huur heeft geaccepteerd en behouden.
- hij in de betreffende periode ernstig ziek was door de gevolgen van de jarenlange intensieve mantelzorg die hij voor zijn vader had verricht;
- hij er niet van op de hoogte was dat het indienen van een dergelijke vordering noodzakelijk was om in de woning te kunnen blijven wonen.
- Uit de door [appellant] overgelegde medische informatie blijkt niet dat hij door medische oorzaken niet in staat was om binnen zes maanden na het overlijden van zijn vader een vordering tot het mogen voortzetten van de huur in te stellen. Uit de als productie 4 door [appellant] overgelegde informatie van zijn huisarts blijkt juist dat [appellant] tijdens een consult van 24 maart 2023 aan zijn huisarts onder meer heeft meegedeeld dat hij door de mantelzorg zijn leven heeft weggecijferd en dat hij nu (na het overlijden van zijn vader)
- [appellant] heeft kennelijk geprobeerd de ellenlange wachtlijsten voor sociale huurwoningen te ontwijken door voor Heemwonen te verzwijgen dat zijn vader was overleden, om zo “in het geheim” de woning te kunnen blijven bewonen.
- [appellant] voldoet sowieso niet aan de voorwaarden om de huur te mogen voortzetten. Hij heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij met zijn vader een duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:268 lid 2 BW Pro heeft gevoerd. Bovendien is het betalingsgedrag na het overlijden van de vader van [appellant] zeer grillig geweest en was medio december 2023 sprake van een betalingsachterstand van € 821,14. [appellant] biedt dus onvoldoende waarborg voor een behoorlijke betaling van de huur.
- De woning betreft een hoekwoning met ruime tuin. Dergelijke woningen zijn extra schaars en reserveert Heemwonen voor gezinnen.