In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 17 april 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen. De rechtbank Limburg had op 4 november 2024 de kinderen onder toezicht gesteld van een gecertificeerde instelling vanwege ernstige bedreiging in hun ontwikkeling.
De moeder was tegen deze beschikking in hoger beroep gegaan en voerde aan dat de problemen waren genuanceerd, dat het huiselijk geweld eenmalig was geweest en dat de kinderen in het dagelijks leven geen last meer hadden. Zij erkende persoonlijke problematiek en angstklachten, maar betwistte de noodzaak van verslavingszorg en stelde dat de communicatie tussen de ouders beter verliep.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling stelden dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging nog steeds aanwezig was, mede door de spanningen tussen ouders, de problematiek van de moeder en het gedrag van de kinderen. De hulpverlening was onvoldoende effectief en de communicatie tussen ouders problematisch.
Het hof oordeelde dat aan de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling was voldaan. De kinderen worden ernstig in hun ontwikkeling bedreigd door de turbulente thuissituatie, persoonlijke problematiek van de moeder en huiselijk geweld. De hulpverlening in een gedwongen kader is noodzakelijk. De beschikking van de rechtbank wordt daarom bekrachtigd.