ECLI:NL:GHSHE:2025:1161

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
23 april 2025
Zaaknummer
22/1159 en 22/1160
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:109 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hersteluitspraak over correctie griffierecht in hoger beroep belastingrecht

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 23 april 2025 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 9 april 2025 in de zaken 22/1159 en 22/1160. De hersteluitspraak betreft een fout in het griffierecht dat aan de heffingsambtenaar werd opgelegd. In de oorspronkelijke uitspraak werd een griffierecht van €579 genoemd, terwijl dit volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen €548 had moeten zijn.

De zaak betrof een hoger beroep van belanghebbende tegen de heffingsambtenaar van de gemeente Veldhoven, voortvloeiend uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 20 april 2022. Het hof constateerde ambtshalve de fout en corrigeerde deze in r.o. 4.23 en het dictum van de uitspraak.

De hersteluitspraak werd in het openbaar uitgesproken door raadsheer A.J. Kromhout, met griffier A.S. van Middelkoop, en is op dezelfde dag in Mijn Rechtspraak geplaatst. Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of ander rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het griffierecht aan de heffingsambtenaar wordt gecorrigeerd van €579 naar €548.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team belastingrecht
Enkelvoudige Belastingkamer
Nummers: 22/1159 en 22/1160
Hersteluitspraak ter verbetering van de uitspraak van het hof van 9 april 2025, nummers 22/1159 en 22/1160, gewezen op het hoger beroep van:
[belanghebbende] ,
wonend in [woonplaats] ,
hierna: belanghebbende,
en op het hoger beroep van
de heffingsambtenaar van de gemeente Veldhoven,
hierna: de heffingsambtenaar,
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (hierna: de rechtbank) van 20 april 2022, nummer SHE 21/98, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar.

1.Overwegingen voor herstel

1.1.
Het hof heeft in bovenvermelde zaak op 9 april 2025 uitspraak gedaan (hierna: de uitspraak). Nadien heeft het hof ambtshalve geconstateerd dat de uitspraak een fout bevat.
1.2.
In r.o. 4.23 van de uitspraak is het volgende vermeld:
“4.23. (…) Daarnaast dient voor het door de heffingsambtenaar ingestelde hoger beroep een griffierecht te worden geheven van € 579 [voetnoot 16: Artikel 8:109, lid 2, Awb], omdat de uitspraak van de rechtbank uitsluitend wordt vernietigd op grond van het door belanghebbende ingestelde hoger beroep. [1]
en in het dictum van de uitspraak het volgende:
“bepaalt dat van de heffingsambtenaar een griffierecht wordt geheven van € 579;”
Waar in deze volzin “€ 579” staat, had, gelet op artikel 8:109, lid 1, letter c, en lid 2, Algemene wet bestuursrecht (tekst 2022) “€ 548” moeten staan.
1.3.
Herstel van deze fout brengt mee dat het dictum als volgt komt te luiden:
“bepaalt dat van de heffingsambtenaar een griffierecht wordt geheven van € 548;”

2.Beslissing

Het hof:
- herstelt de uitspraak van 9 april 2025, nummers 22/1159 en 22/1160, op de hiervoor in onderdeel 1.3 vermelde wijze.
De uitspraak is gedaan door A.J. Kromhout, raadsheer, in tegenwoordigheid van A.S. van Middelkoop, als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2025 en een afschrift van de uitspraak is op die datum in Mijn Rechtspraak geplaatst. Aan de partij die niet digitaal procedeert, is een afschrift op die datum aangetekend per post verzonden.
De griffier, De raadsheer,
A.S. van Middelkoop A.J. Kromhout
Het aanwenden van een rechtsmiddel
Tegen deze hersteluitspraak staat geen beroep in cassatie of een ander rechtsmiddel open. [2]

Voetnoten

1.Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6600.
2.Zie Hoge Raad 6 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1449.