In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 mei 2025 uitspraak gedaan in een hoger beroep dat was ingeleid door [appellante] tegen de Gemeente Weert. De zaak betreft een incident waarin de Gemeente vorderde dat [appellante] niet-ontvankelijk werd verklaard in haar hoger beroep, omdat zij de zaak niet tijdig had aangebracht bij de griffie van het hof. De rechtbank Limburg had eerder op 20 maart 2024 een vonnis gewezen in de hoofdzaak, waartegen [appellante] in hoger beroep ging. Het hof oordeelde dat de aanhangigheid van de zaak was vervallen, omdat de appeldagvaarding niet op de aangezegde roldatum van 6 augustus 2024 was ingediend. Hoewel [appellante] herstelexploten had ingediend, waren deze niet tijdig bij de griffie ingeschreven, waardoor de aanhangigheid verloren ging. Het hof verwierp het beroep van [appellante] op een uitzonderingssituatie, omdat zij niet voldoende had onderbouwd waarom haar advocaat niet in staat was om de zaak tijdig aan te brengen. Uiteindelijk verklaarde het hof [appellante] niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en veroordeelde haar in de proceskosten van de Gemeente.