Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 18 februari 2025;
- het overnemen van het geding betreffende de vordering van [bedrijf A] op [XX] door de curator.
6.De beoordeling
Article 20- Cancellation and dissolution
written with the reason. By not complying there is a penalty as off
rincipal( [XX] , toev. hof]
wishes to subcontract to carrier transport orders he gets from his relation, whether or not on an irregular basis, which order Carrier[ [bedrijf A] , toev. hof]
will accept” en in artikel 1 staat Pro “
Principal[ [XX] , toev. hof]
is prepared to place transport order with Carrier[ [bedrijf A] , toev. Hof]
on an irregular basis, witch Carriers[ [bedrijf A] , toev. hof]
is prepared to execute on the following applicable terms and conditions.” De wijze waarop [bedrijf A] de “
transport orders” die zij krijgt van [XX] moet uitvoeren, is geregeld in de daarop volgende bepalingen van de charterovereenkomst. Zo staat in artikel 4 dat Pro [bedrijf A] slechts mag afwijken van de vastgestelde routes na overleg met de planning, [XX] medewerkers of [XX] zelf, terwijl in artikel 6 onder Pro andere staat dat [bedrijf A] zich moet gedragen als een “
professional and skilled carrier”, dat zij gehouden is om adequate maatregelen te treffen voor “
transportations of the freight” en dat zij gebruik moet maken van “
suitable for this transport, clean and representative vehicles”. Ten slotte is van belang dat dat de charterovereenkomst in verschillende bepalingen verwijst naar de CMR. Zo is in artikel 15 bepaald Pro dat als er sprake is van grensoverschrijdend vervoer, de CMR van toepassing is. Tussen partijen is niet in geschil dat [bedrijf A] bij de uitvoering van de charterovereenkomst gebruik maakte van trucks.
subcontractorinschakelt ter uitvoering van vervoerovereenkomsten die [XX] met haar eigen klanten heeft gesloten.
we are disappointed”, “
we will end cooperation”, “
give us adress where we can give back trailer of [XX] and we go home with both trucks”, “
we want to take truck 209 home, is it ok kan we bring you your GPS system”, “
when will you give back 250 euro deposit” en “
with truck 208 we also stop working at this period, we send our driver home. Please give address were we can give you back trailer after unloading”. De curator wijst bovendien op het feit dat [bedrijf A] vervolgens de twee trucks die zij ten behoeve van [XX] inzette, naar haar thuisbasis in Litouwen heeft teruggehaald. Volgens de curator mocht [XX] hieruit afleiden dat [bedrijf A] de overeenkomst opzegde, omdat het voor een behoorlijke nakoming van de overeenkomst vereist was dat de trucks en de chauffeurs in Nederland, de Benelux of Frankrijk moesten blijven.
I know, but [XX] complete dead in France/Belgium”. Uit de berichten op 20 en 23 maart 2020 volgt dat [bedrijf A] de situatie begrijpt en dat zij de trucks naar haar thuisbasis zal brengen en dat zij de samenwerking weer zal hervatten als de situatie verandert. [XX] protesteerde hier niet tegen, maar heeft gereageerd met de mededeling “
we must see day by day”. Onder deze omstandigheden mocht [XX] naar het oordeel van het hof niet uit de verklaringen en gedragingen van [bedrijf A] afleiden dat [bedrijf A] de charterovereenkomst definitief wilde beëindigen, ook niet indien er van uitgegaan zou worden dat voor de uitvoering van de charterovereenkomst de trucks en de chauffeurs normaal gesproken in Nederland, de Benelux of Frankrijk moeten blijven. Vanwege de coronacrisis was er immers sprake van een heel andere situatie, waarin er geen vervoersopdrachten voor [bedrijf A] waren. Dit is door door [XX] in de e-mailcorrespondentie ook bevestigd. Hierbij komt dat de charterovereenkomst [bedrijf A] niet verplicht om haar trucks op een bepaalde locatie gereed te hebben staan en dat ook anderszins niet is gebleken dat partijen dit zijn overeengekomen.
bol staat van schriftelijke standpunten van [bedrijf A]” die als rechtsgeldige stuitingshandelingen in de zin van artikel 3:317 BW Pro te zien zijn. In verband met dit laatste beroept [bedrijf A] zich in het bijzonder op haar brieven van 28 oktober 2020 en 17 juni 2021 en haar conclusie van antwoord van 9 september 2022 in de procedure die heeft geleid tot het tussenvonnis van 9 juni 2022 van de rechtbank Oost-Brabant.