ECLI:NL:GHSHE:2025:1400

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 mei 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
200.349.015_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:21 LPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens niet-naleving termijnen memorie van grieven

In deze civiele zaak heeft Dexia Nederland B.V. hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter Oost-Brabant. Appellante heeft echter nagelaten binnen de gestelde termijn een memorie van grieven in te dienen, ondanks verleend uitstel. Hierdoor is het recht om grieven aan te voeren komen te vervallen.

De rolraadsheer heeft vastgesteld dat appellante niet heeft voldaan aan de procesvereisten en heeft akte van niet-dienen verleend. Omdat er geen grieven zijn ingebracht, kan het hoger beroep niet ontvankelijk worden verklaard.

Het hof heeft appellante daarom niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en haar veroordeeld in de proceskosten, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. Geïntimeerden hebben geen incidenteel hoger beroep ingesteld. Het arrest is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2025.

Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet tijdig indienen van de memorie van grieven en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.349.015/01
arrest van 20 mei 2025
in de zaak van
Dexia Nederland B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen

1.[geïntimeerde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,

2.
[geïntimeerde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
op het bij exploot van dagvaarding van 26 november 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 oktober 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen appellante als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en in het incident en geïntimeerden als eisers in conventie, verweerders in reconventie en het incident.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 10762389 EL 23-39)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Appellante heeft bij voormeld exploot van 26 november 2024 geïntimeerden opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 17 december 2024, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.
2.2.
Aan appellante is vervolgens een termijn en vervolgens uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven.
2.3.
Op de rol van 11 maart 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellante om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.
2.4.
Nu appellante tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan zij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Zij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door haar ingestelde hoger beroep. Geïntimeerden hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (art. 2.21 LPR).
2.5.
Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellante worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

3.De uitspraak

Het hof:
verklaart appellante niet ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;
veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerden op € 349,- aan griffierecht en op € 607,- aan salaris advocaat (½ punt liquidatietarief II).
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 20 mei 2025.
griffier rolraadsheer