Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 4 maart 2025;
- een akte uitlaten van [appellant];
- een akte uitlaten van [geïntimeerde];
- een antwoordakte van [appellant];
- een antwoordakte van [geïntimeerde].
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om de verdeling van de nalatenschappen van de ouders van appellant en geïntimeerde, die in familierechtelijke verhouding tot elkaar staan. Het geschil betreft met name de wijze waarop schulden aan het erfdeel van appellant moeten worden toegerekend.
Het hof heeft in een eerder tussenarrest van 4 maart 2025 geoordeeld dat de meeste onderdelen van het hoger beroep niet slagen en grotendeels het oordeel van de rechtbank bevestigt. Wel heeft het hof andere berekeningen gemaakt met betrekking tot de schuldtoerekening, waarop partijen hebben kunnen reageren.
Uiteindelijk vernietigt het hof het vonnis waarvan beroep voor zover het een schuld van €119.703,89 aan de nalatenschappen na toerekening van een schuld van €223.500 aan het erfdeel van appellant vaststelde. Het hof stelt deze schuld vast op €61.151,08. Voor het overige wordt het vonnis bekrachtigd. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Meer of anders gevorderde zaken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof stelt de schuld aan de nalatenschappen na toerekening aan het erfdeel van appellant vast op €61.151,08 en bekrachtigt het vonnis voor het overige.