In deze civiele zaak vordert geïntimeerde betaling van openstaande facturen voor fiscale en accountantsdiensten van appellante. Het hof bevestigt het eerdere tussenarrest waarin is bepaald dat geïntimeerde haar vordering moet onderbouwen met specificaties van de facturen.
Geïntimeerde kon niet alle specificaties overleggen, waardoor het bewijsrisico voor het ontbreken daarvan bij haar ligt. Voor de facturen waarvan specificaties zijn overgelegd, oordeelt het hof dat slechts een deel van het gevorderde bedrag toewijsbaar is, omdat niet alle werkzaamheden voldoende zijn gespecificeerd of binnen de overeengekomen maxima vallen.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst een bedrag van €61.088,02 toe aan geïntimeerde, vermeerderd met wettelijke rente en btw. Tevens veroordeelt het hof geïntimeerde tot terugbetaling van €27.079,45 plus rente aan appellante wegens onverschuldigde betaling. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.