Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
datum beslissing: 6 oktober 2025
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren F. van Es, Y. van Setten en W.P.A. Korver van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, stellende dat zij vooringenomen zijn en hem geen eerlijk proces bieden. Het verzoek is mondeling gedaan tijdens een zitting op 23 september 2025 en nader toegelicht bij brief van 30 september 2025.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 6 oktober 2025 behandeld. Verzoeker stelde onder meer dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om zijn situatie toe te lichten, dat vragen van hem niet werden beantwoord, en dat het hof geen pers heeft uitgenodigd zoals hij wenste. De raadsheren berusten niet in de wraking.
De wrakingskamer heeft het verzoek getoetst aan artikel 512 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Uit de beoordeling blijkt dat verzoeker geen uitzonderlijke omstandigheden heeft aangevoerd die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Het niet beantwoorden van persoonlijke vragen en het niet uitnodigen van pers zijn onvoldoende gronden voor wraking. Ook is vastgesteld dat verzoeker en zijn raadsman tijdens de zitting wel het woord hebben gevoerd.
De wrakingskamer concludeert dat er geen sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is op 6 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit J.P. de Haan, A.M.G. Smit en J.M. van der Vegt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.