Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur naar aanleiding van de registratie van een gebruikte Renault Alaskan. De inspecteur baseerde de aanslag op een hertaxatie waarbij de handelsinkoopwaarde en de schade werden vastgesteld. Belanghebbende stelde dat de inspecteur onvoldoende rekening hield met de schade aan de auto, waaronder steenslag en diverse beschadigingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en belanghebbende ging in hoger beroep bij het gerechtshof. Tijdens de zitting trok belanghebbende haar eerdere standpunt over koerslijstbijstellingen in en richtte zich op de vraag of de inspecteur voldoende schade had erkend.
Het hof oordeelde dat de door belanghebbende aangevoerde schade binnen de normale gebruiksschade valt, die niet in mindering mag worden gebracht op de handelsinkoopwaarde. Het taxatierapport van belanghebbende werd ondanks enkele formele gebreken niet geheel verworpen, maar de schade werd niet als meer dan normaal aangemerkt. Gezien de leeftijd en kilometerstand van de auto en de aankoopprijs concludeerde het hof dat de naheffingsaanslag terecht is vastgesteld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en geen proceskostenveroordeling opgelegd.