Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
eenwerkgever” en letter c van “
dewerkgever”. Onder
eenwerkgever kan naast de formele werkgever ook de materiële werkgever worden begrepen, waar
dewerkgever maar naar één werkgever kan verwijzen. Dat is naar de mening van belanghebbende de werkgever in formele zin, in dit geval dus belanghebbende zelf. Ook het door de rechtbank vermelde arrest van de Hoge Raad van 23 november 2007 [2] is niet van toepassing op de onderhavige casus, aldus belanghebbende. In de zaak die tot dat arrest heeft geleid ging het om een “twee landen situatie” (namelijk een onderneming in het ene land met een vaste inrichting in het andere land). In het onderhavige geval is, als wordt uitgegaan van de juistheid van het desbetreffende feit, sprake van een “drie landen situatie”, namelijk belanghebbende (de werkgever, gevestigd in Portugal), [NV] (de opdrachtgever van belanghebbende, gevestigd in België) en een vermeende vaste inrichting in Nederland van [NV] .
Zulks strookt met de strekking van artikel 15, lid 2, letter c, (…) te weten dat de werkstaat voor de omstandigheid dat het salaris ten laste van de winst van de vaste inrichting komt en voor de daarmee samenhangende verlaging van de belastingbasis wordt gecompenseerd met de belastingheffing bij de werknemer.”
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).