ECLI:NL:GHSHE:2025:3075
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- J.W. van Rijkom
- J.T.F.M. van Krieken
- S.V. Pelsser
- E. Mimpen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van het wrakingsverzoek wegens tardief indienen
Op 4 november 2025 vond de mondelinge behandeling plaats in de wrakingszaak van verzoekster, die een wrakingsverzoek had ingediend tegen mr. G.J. Hanssen, de voorzitter van het hof in haar strafzaak. Verzoekster, geboren in 1967 en momenteel verblijvende in een penitentiaire inrichting, had haar wrakingsverzoek op 16 september 2025 ingediend, meer dan een maand na de laatste zitting op 12 augustus 2025. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was ingediend, waardoor verzoekster niet-ontvankelijk werd verklaard. De wrakingskamer benadrukte dat de wet vereist dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na het bekend worden van de feiten en omstandigheden die tot het verzoek leiden, moet worden ingediend. Verzoekster had niet aangetoond dat zij niet eerder in staat was om het verzoek in te dienen, ondanks dat zij bijgestaan werd door een advocaat. De wrakingskamer overwoog ook dat, zelfs als verzoekster ontvankelijk zou zijn geweest, het verzoek niet gegrond zou zijn verklaard. De wrakingskamer stelde vast dat de gronden voor wraking, zoals de afwijzing van verzoeksters verzoek tot schorsing van haar voorlopige hechtenis, niet voldoende waren om te concluderen dat er sprake was van vooringenomenheid van de rechter. De wrakingskamer besloot dat het proces in de hoofdzaak voortgezet zou worden in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek, en dat de beslissing aan de betrokken partijen zou worden medegedeeld.