Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
€ 1.400.804
met waardetoename). Helaas heeft er geen bestemmingsplan-wijziging plaatsgevonden en ziet het er nu niet naar uit dat er afgelost kan worden.”
forse vermogenssprong’zou realiseren die hij zou aanwenden voor aflossing op de R/C schuld aan [bedrijf 1] . Om de R/C schuld aan [bedrijf 1] terug te brengen, is besloten om de grond over te dragen. Dit voornemen was al
‘in de jaarstukken van [bedrijf 1] tot uitdrukking gebracht’ maar de juridische levering vond nimmer plaats en de wijziging van het bestemmingsplan is uiteindelijk niet doorgegaan. Vervolgens heeft wel de onder 2.7 genoemde herverdeling met de mede-eigenaar, de zus van belanghebbende, plaatsgevonden. Het hof begrijpt dat deze verwijzing naar de jaarstukken ziet op de creditering (vermindering) per 31 december 2014 van de vordering op de aandeelhouder met € 1.500.000 (in een memoriaalpost met omschrijving:
‘Overname grond/afloss.RC’) en het terugdraaien van deze creditering per 31 december 2015 (in een memoriaalpost met omschrijving: ‘
grondtrans geann.’ Door deze laatste memoriaalboeking neemt de schuld van belanghebbende weer toe met anderhalf miljoen euro. De boekhouder zegt verder toe, nog de akte van huwelijkse voorwaarden (zie onder 2.8) en de stukken over de borgstellingen toe zenden.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
‘in overwegende mate betrokken is geweest bij het vaststellen van de diverse aanslagen’en
‘feitelijk betrokken is geweest’bij het vaststellen van [naar het hof begrijpt] de primitieve aanslag. Zij heeft deze stelling ter zitting van het hof (desgevraagd) laten varen.
‘zowel de IB als ook de Vpb behandelt’(pleitnota bij de rechtbank, randnr. 10 en pleitnota bij het hof, randnr. 1.4). Dat vindt bevestiging in de omstandigheid dat pas geruime tijd later (op 23 maart 2021) [naam 2] (onder verwijzing naar de brief van [naam 1] ) aan belanghebbende mededeelt dat hij voornemens is een navorderingsaanslag op te leggen.
‘altijd het voornemen heeft bestaan de lening vanuit privé af te lossen’. Zelfs ter zitting van het hof is dus nog sprake van (tussen boekhouder en gemachtigde) tegenstrijdige informatieverstrekking.
daarnadoor [naam 1] voor de vennootschapsbelasting ontvangen informatie, vormt een nieuw feit op basis waarvan de navorderingsaanslag kon worden opgelegd. Alsdan komt het hof, net als de rechtbank (onder aanvulling van de gronden), tot het oordeel dat de inspecteur bij het opleggen van de navorderingsaanslag beschikte over het daarvoor benodigde nieuw feit.
gedeeltelijkbelasten van die aanspraak, vindt geen steun in het recht. Tegen de berekening van de aanspraak zelf, zijn geen grieven aangevoerd.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van de schade die belanghebbende heeft geleden tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de minister in de kosten van het geding bij het hof van € 226,75.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).