ECLI:NL:HR:2002:AE8368
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag vermogensbelasting 1992
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag vermogensbelasting opgelegd op basis van een binnenlands vermogen van ƒ 196.000. Later volgde een navorderingsaanslag naar een vermogen van ƒ 5.000.000 met een belastingverhoging, waarvan een deel werd kwijtgescholden. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en stelde deze vast op ƒ 2.554.987 zonder verhoging.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen beslissing heeft gegeven over de stelling van belanghebbende dat de inspecteur vóór het opleggen van de oorspronkelijke aanslag al een onderzoek naar zijn woonplaats was gestart, wat ambtelijk verzuim zou betekenen dat niet door navordering hersteld kan worden. Dit is een fundamenteel punt dat nader onderzocht moet worden.
Verder bevestigt de Hoge Raad dat het hof terecht oordeelde dat belanghebbende zijn fiscale woonplaats mede in Nederland had en dat de inspecteur het bestaan van een toezegging betwistte. De zaak wordt daarom vernietigd en verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt hofuitspraak en verwijst zaak terug voor nader onderzoek naar ambtelijk verzuim bij navorderingsaanslag.