Verzoeker heeft een herzieningsverzoek ingediend tegen de eerdere hofuitspraak van 11 oktober 2023 inzake een naheffingsaanslag BPM en belastingrente. Het hof heeft het verzoek beoordeeld en vastgesteld dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft overgelegd die hij niet eerder kende en die van dien aard zijn dat het hof mogelijk anders zou hebben beslist.
Tijdens de zitting van 8 oktober 2025 heeft verzoeker aangegeven dat hij verkeerd was voorgelicht en daarom de auto had gerepareerd voordat hij aangifte BPM deed. Hij voerde tevens aan dat hij cassatie wilde instellen, maar de termijn daarvoor was reeds verstreken. Het hof heeft het verzoek dan ook opgevat als een herzieningsverzoek.
Het hof heeft de ingediende nadere stukken na sluiting van het onderzoek niet in behandeling genomen omdat deze geen invloed hadden op het oordeel. De foto’s, reparatienota’s en onderdelen die verzoeker aanvoerde waren reeds bekend en meegenomen in de eerdere uitspraak.
Het hof concludeert dat het verzoek niet voldoet aan de strenge eisen voor herziening van een onherroepelijke uitspraak en wijst het verzoek daarom af. Tevens is er geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.