Belanghebbende ontving in 2021 een voorschot op de teruggaaf van de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) gebaseerd op zijn inkomen in 2020. Later stelde de inspecteur vast dat belanghebbende geen recht had op deze teruggaaf voor 2021, mede omdat hij vanaf februari 2021 een AOW-uitkering ontving. De inspecteur vorderde daarom het voorschot terug.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze terugvordering en stelde dat de inspecteur had moeten weten dat hij geen recht had op de teruggaaf, waardoor het voorschot onterecht was verstrekt en niet terugbetaald hoefde te worden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof overweegt dat de wet en de regeling zorgverzekering voorzien in de mogelijkheid tot terugvordering van een voorschot indien dit te hoog blijkt te zijn. Het feit dat belanghebbende een AOW-uitkering ontving en daardoor geen recht had op teruggaaf, maakt niet dat het voorschot niet teruggevorderd kan worden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.