Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
[geboorteplaats]
[verdachte] ,
feit 1),
- medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van die feiten (
- als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in de artikelen 10, vierde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet (
- primair dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de strafvervolging nu is gebleken dat OVC-gesprekken, camerabeelden en peilbakengegevens niet langer beschikbaar zijn;
- subsidiair dient dit vormverzuim te leiden tot bewijsuitsluiting van de stukken die betrekking hebben op de kwijtgeraakte data en gegevens, hetgeen ertoe zou moeten leiden dat de verdachte integraal wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde,
- indien het hof compensatiemogelijkheden ziet in het horen van verbalisanten, heeft de verdediging – in de vorm van een voorwaardelijk verzoek – het hof verzocht om alle verbalisanten te horen die betrokken zijn geweest bij het uitluisteren en vastleggen van OVC-gesprekken en bij het uitwerken van camerabeelden en peilbakengegevens.
het hof: vastgelegd met apparatuur voor het opnemen van vertrouwelijke communicatie), de peilbakengegevens van de Volkswagen Crafter met het kenteken [kenteken] en de camerabeelden van de locatie aan de [adres 2] .
“the proceedings as a whole were not fair”.
het hof: de OVC-gesprekken) was door de politie geplaatst in de loods aan de [adres 2] . Uit het dossier volgt dat de stem van de verdachte op geen enkel moment op de afgeluisterde OVC-gesprekken door de verbalisanten is gehoord. Ook is het hof niet de relevantie gebleken van het horen van de verbalisanten die de zoekgeraakte camerabeelden hebben bekeken en in de daarbij behorende processen-verbaal hebben uitgewerkt. Immers betreffen dit de camerabeelden die zijn opgenomen binnen en buiten de loods aan de [adres 2] . De verbalisanten hebben de verdachte op de zoekgeraakte camerabeelden niet herkend, noch hebben deze beelden op enigerlei wijze betrekking op handelingen van de verdachte. Het hof overweegt dat de gegevens van het baken aangebracht op de Volkswagen Crafter met het kenteken [kenteken] wel enigermate relevant is voor de aan de verdachte gerichte beschuldigingen. Anders dan de verdediging, acht het hof het nader horen van de verbalisanten die betrokken waren bij het plaatsen en/of uitlezen van de plaatsbepaling-apparatuur als getuigen echter onmiskenbaar overbodig, nu de resultaten van de bakengegevens in belangrijke mate worden ondersteund door andere resultaten van het strafrechtelijk onderzoek die zich in het procesdossier bevinden, waaronder de tap-gesprekken en de door de politie gedane observaties. In dat kader wijst het hof tevens op het feit dat de verdediging – gelet op de zwijgende procesopstelling van de verdachte – de door het hof aan die zoekgeraakte bakengegevens ontleende feiten en omstandigheden niet inhoudelijk heeft betwist. Bovendien heeft de verdediging de beschikbare gegevensdragers met betrekking tot de andere onderzoeksresultaten reeds ontvangen en aldus van de inhoud ervan kennis kunnen nemen. De noodzaak om de verbalisanten ook nog als getuigen te horen is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, het hof niet gebleken.
het hof begrijpt: [telefoonnummer 1]) in ieder geval in gebruik was bij [betrokkene] en de verdachte en dat niet uitgesloten kan worden dat die telefoon door nog meer personen is gebruikt. Met de advocaat-generaal constateert het hof dat dit nummer een vaste telefoonlijn betreft en het dus geen bevreemding wekt dat dit nummer zowel door de toenmalige vriendin van de verdachte als de verdachte werd gebruikt. Aanwijzingen voor het gebruik van deze vaste telefoonlijn door andere mannelijke personen dan de verdachte zijn het hof niet gebleken. Evenmin zijn die aanwijzingen het hof gebleken ten aanzien van de aan de verdachte toegeschreven mobiele telefoonnummers. Aan de algemene stelling dat telefoons kunnen zijn uitgeleend zal het hof dan ook voorbijgaan. De verdachte was dus de gebruiker van de drie hiervoor genoemde telefoonnummers.
uit de loods moesten waar de ketel stond” (bedoeld wordt het verhuurbedrijf voor opslagboxen aan [adres 3] ), waarna hij op allerlei manieren direct een bakwagen probeerde te regelen. Een dag later stuurde de verdachte de verhuizing van spullen vanaf [adres 3] naar de loods aan de [adres 2] aan. De verdachte had die dag (16 december 2016) veelvuldig contact met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , die de verhuizing verrichtten. Anders dan de verdediging ziet het hof geen reden om te twijfelen aan de herkenningen van de verbalisanten tijdens de observaties van de verdachte op 15 december 2016 als bijrijder in de Mercedes met kenteken [kenteken 2] en op 16 december 2016 als bijrijder in de Astra met kenteken [kenteken 3] . Uit het aanvullend proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] d.d. 28 juni 2022, volgt dat het onderzoeksteam een informatieset had opgemaakt voor het observatieteam, met daarin een foto van de verdachte, afkomstig van de hem betreffende Informatiestaat SKDB van 5 februari 2015. Uit voornoemd proces-verbaal volgt dat de herkenningen van de verdachte door het observatieteam werden gedaan aan de hand van die foto en dat de verdachte bovendien al jaren een subject is geweest in meerdere onderzoeken, waardoor de verdachte al goed bekend was bij de leden van de observatieteams. Nu de verbalisanten ambtshalve bekend waren met de verdachte en de door hun gedane herkenningen berusten op een vergelijking met een duidelijke foto van de verdachte, concludeert het hof dat de positieve herkenningen van de verdachte voldoende betrouwbaar zijn te achten om voor het bewijs te worden gebruikt. Daarbij neemt het hof nog in aanmerking dat de verdachte als gevolg van een dwarslaesie in een rolstoel zit en ook is herkend tijdens een observatie terwijl hij door medeverdachte [medeverdachte 1] in een rolstoel werd getild waarna zij gezamenlijk hun weg vervolgden.
iets van 160”;
het kon
de roepnaam van medeverdachte [medeverdachte 4] is [roepnaam] : toevoeging hof) en naar tapgesprekken van 11 november 2016 over “
zout” dat op is.
zout” en dat dat gelet op de prijs vermoedelijk zoutzuur betreft. Zoutzuur is ook aangetroffen in de loods aan de [adres 2] en komt in beeld bij de kristallisatie van MDMA. Op grond hiervan en bij gebreke van een verklaring van de verdachte over deze onderzoeksbevindingen, neemt het hof aan dat het gesprek van 11 november 2016 over zoutzuur ging en dat de verdachte op dat moment al bezig was met het verrichten van voorbereidingshandelingen voor het vervaardigen van MDMA.
[roepnaam]”. Op 16 december 2016 zijn spullen overgebracht vanaf het adres van het verhuurbedrijf voor opslagboxen, [adres 3] , naar de loods aan de [adres 2] . Het overbrengen van spullen vond plaats nadat de politie bij de eigenaar van het verhuurbedrijf had geïnformeerd naar de huurders van de opslagboxen. Uit de sms-gesprekken komt naar voren dat de verdachte zodra hij van [betrokkene 2] hierover verneemt direct actie onderneemt en vervoer gaat regelen om de spullen zo snel mogelijk uit de opslagboxen te laten ophalen. De verdachte belt hierover onder andere met [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] en schakelt [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in voor het huren van automaterieel om de spullen zo snel mogelijk te vervoeren naar de loods aan de [adres 2] . In deze loods wordt op 31 januari 2017 een in werking zijnde laboratorium voor het vervaardigen van MDMA aangetroffen.
in eendaadse samenloop gepleegd met het onder feit 2 bewezenverklaarde
hierna: DJI) verbonden arts en medisch adviseur M. Westra d.d. 18 oktober 2024;
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden;