Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Bureau Jeugdzorg Limburg, gevestigd te [vestigingsplaats] .
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak op het gebied van personen- en familierecht heeft de moeder hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, van 6 maart 2024. Het hoger beroep betreft een geschil tussen de moeder en de vader, waarbij Bureau Jeugdzorg Limburg en de Raad voor de Kinderbescherming als belanghebbenden en gekenden betrokken zijn.
Op 16 januari 2025 heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken. De vader heeft op dezelfde datum ingestemd met deze intrekking. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op basis van deze instemming geconcludeerd dat de grieven van de moeder niet worden gehandhaafd.
Daarom heeft het hof de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot hoger beroep. De uitspraak is gedaan op 20 februari 2025 door de kamer familie- en jeugdrecht van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep na intrekking en instemming van de vader.