Uitspraak
[minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen: de GI;
[de vader], hierna te noemen: de vader.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak staat de machtiging tot uithuisplaatsing van een jonge baby centraal. De moeder is het niet eens met de beschikking van de rechtbank die de uithuisplaatsing toestaat. Zij stelt dat zij voldoende opvoedcapaciteiten heeft en dat de uithuisplaatsing niet nodig is. De moeder wijst op haar goede zwangerschap en eerdere ervaring met kinderen, hoewel eerdere kinderen uit huis geplaatst zijn.
De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling (GI) maken zich ernstige zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie van de baby. De baby is geboren met afkickverschijnselen en is volledig afhankelijk van haar opvoeders. De moeder kampt met psychische problematiek en een mogelijke verstandelijke beperking, waardoor zij onvoldoende sensitief en responsief zou zijn voor de behoeften van het kind. De gezinsopname bij een instelling werd voortijdig beëindigd vanwege spanningen en onvoldoende motivatie van de ouders.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de baby. De moeder heeft onvoldoende laten zien dat zij de zorg kan bieden die het kind nodig heeft. Ook een recent steekincident bij de moeder thuis, waarover niet met de hulpverlening is gesproken, versterkt de zorgen over de veiligheid. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de rechtbank tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de baby wegens onvoldoende veiligheid en zorgcapaciteit bij de moeder.