Uitspraak
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A, van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde artikel van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde artikel van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door
medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,
- ten behoeve van de invoer van een nieuw product steeds een nieuw bedrijf werd opgezet;
- de ladingen allemaal aankwamen in de haven van Antwerpen;
- er verlies werd geleden op de verkochte vrachten;
- de ladingen van slechte kwaliteit waren en dat de verdachten zich daar over niet druk leken te maken;
- er geen sprake was van een gebruikelijke en gezonde bedrijfsvoering en [verdachte] en [medeverdachte 1] hierin een bepalende rol hadden.
1.Feit 1 (zaaksdossier Bananen)
‘Wij hebben met [bedrijf 5] een overeenkomst dat we alle vrachten van hun overnemen. Je zult conform afspraak een factuur ontvangen van [bedrijf 6] Heemstede. Groeten [medeverdachte 1] .’ [34]
hof:met ‘sch’ op het eind) CAT 2’ en heeft telkens als totaalbedrag € 19.880,88.
-moet komen terug betalen aan [medeverdachte 3] . Deze ontmoeting is gezien door het observatieteam [106] . [verdachte] is bij die ontmoeting aanwezig.
2.Feit 2 (zaaksdossier Simon)
3.Feit 5 (zaaksdossier Raamsdonksveer)
- de lading ananassap niet voor hem bestemd was;
- hij deze partij niet zou doorverkopen en
- hij pas heel kort voor aankomst van de partij sap is aangezocht met de vraag of hij
laptop met telefoonkaart zodat ik overal online ben voor mails alle bedrijven’.
- overlegt met [betrokkene 6] over een telefoon en geld voor de chauffeur;
- tijdens het transport via [betrokkene 6] instructies geeft aan de chauffeur;
- via [betrokkene 6] aan de chauffeur doorgeeft waar hij moet stoppen om op ‘die mannen’
4.Feit 8 (zaaksdossier Deklading)
een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaringgeeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
nader onderzoekte doen naar die verklaring. De rechter zal dan mede op basis van de resultaten van dat onderzoek moeten beoordelen of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Indien een dergelijke verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen omtrent het bewijs (vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352, rov. 2.3.1.-2.4.).
5.Feit 9 (zaaksdossier Samen)
6.Bewijsoverweging feit 10 (zaaksdossier Sigarenknipper)
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren.