ECLI:NL:GHAMS:1997:AA4421
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Mrs. Bijl
- Boersma
- Den Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van naheffingsaanslag omzetbelasting over vrachtkosten bij levering van goederen
Belanghebbende, actief in de verkoop van hard- en software, bracht in 1989 vrachtkosten voor verzending via PTT Post afzonderlijk in rekening bij haar afnemers zonder hierover omzetbelasting te heffen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op over deze vrachtkosten. Belanghebbende voerde aan dat de vrachtkosten niet tot de vergoeding voor de levering van goederen behoren en dat het vertrouwensbeginsel of gelijkheidsbeginsel naheffing in de weg zou staan.
Het hof oordeelt dat de vrachtkosten onderdeel uitmaken van de vergoeding in de zin van artikel 8 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat de kosten op grond van een aparte rechtsverhouding tussen belanghebbende en haar afnemers worden doorberekend. Het hof acht de aangevoerde vertrouwens- en gelijkheidsbeginselen niet van toepassing, mede omdat geen aanwijzingen zijn dat de belastingdienst eerder de werkwijze van belanghebbende heeft goedgekeurd.
Verder stelt het hof vast dat de situatie niet vergelijkbaar is met de levering van voorgefrankeerde verpakkingen, waarvoor de staatssecretaris uitzonderingen heeft gegeven. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting over vrachtkosten en wijst het beroep van belanghebbende af.