Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
“ik heb in mijn hoofd zo een heel klein knopje, dat als je die aanraakt, ik zwart voor mijn ogen krijg. En op die knop sta jij constant met je hele gewicht. Je verleden herhaalt zich. Maar daar ben je te dom voor om in te zien.” Aan een vriendin appt de vrouw in die periode dat de man haar de hele nacht heeft wakker gehouden door de dekens van haar af te trekken, aan haar haar te trekken en met een lamp in haar gezicht te schijnen.
Hij is niet mijn kind, ik gooi hem van de trap af (…) Let maar op als hij hier dadelijk onderaan de trap ligt beneden”(…)“Ik steek hem in
“Vader beaamt dat hij soms niet netjes heeft gehandeld naar moeder toe en bedreigend over heeft kunnen komen. Moeder zocht echter steeds het conflict met vader op en wanneer zij daarin te ver ging, reageerde vader dan. Moeder weet precies wat de triggers van vader zijn.”De man lijkt te impliceren dat de vrouw de slechte behandeling door de man aan zichzelf te wijten heeft.