Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
(het hof begrijpt: onderzoek naar)andere mogelijke oorzaken een helder beeld en zijn het neuropathologisch onderzoek en oogheelkundig onderzoek meer dan suggestief voor het shaken babysyndrome, aldus Jira. Daarnaast blijkt uit het verslag van Jira dat hij het niet eens is met de deskundigen dat het letsel ‘vlak na het laatste moment van normaal functioneren’ moet zijn ontstaan. In dit verband heeft Jira in het bijzonder naar voren gebracht dat het volgens hem mogelijk is dat [slachtoffer] in de ochtend van 20 augustus 2019, omstreeks 09.15 uur, nog een flesje melk heeft gedronken terwijl op dat moment bij haar reeds sprake was van hersenschade.
veel waarschijnlijkerzijn bij een forse krachtsinwerking dan bij een medische aandoening. Verder zijn de bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies, uitgaande van een forse krachtsinwerking en afzonderlijk beschouwd,
iets waarschijnlijkerbij een niet-accidentele, dan bij een accidentele krachtsinwerking. Karst heeft de subdurale bloeding niet bij het bepalen van zijn waarschijnlijkheidsoordelen voor de combinatie van de bevindingen betrokken. In dit verband heeft het hof in het bijzonder in aanmerking genomen dat Karst in zijn rapport van 14 september 2022 naar voren heeft gebracht dat in een eerder gepubliceerde vergelijkbare studie bloeduitstortingen onder het harde hersenvlies niet zijn meegewogen, omdat die als onderdeel gebruikt werden om niet-accidenteel (toegebracht) hersenletsel van accidenteel hersenletsel te (kunnen) onderscheiden. Het hof begrijpt aldus dat het subduraal hematoom bij het bepalen van de bewijskracht niet is betrokken teneinde een dubbeltelling bij het bepalen van de (grootte van de) bewijskracht te voorkomen.
waarschijnlijkheid van de hypotheses,terwijl Karst op de door het NFI gebruikelijke wijze spreekt over de
waarschijnlijkheid van de letselsonder de verschillende hypotheses – het met elkaar eens dat er voor de netvliesbloedingen geen medische oorzaak is gebleken. Het hof neemt deze conclusies over en concludeert dat de netvliesbloedingen in de netvliezen van beide oogbollen het gevolg zijn van een krachtsinwerking. De conclusie van Karst dat de netvliesbloedingen, afzonderlijk bezien,
waarschijnlijkerzijn bij een niet-accidentele krachtsinwerking (forse impact en/of heftig schudden) dan bij een accidentele krachtsinwerking, neemt het hof ook over gelet op de uitgebreidheid van de netvliesbloedingen die bij [slachtoffer] werd gezien en het door Karst in zijn rapport van 14 augustus 2020 in voetnoot 24 aangehaalde onderzoek daarover.
doodslag.
de aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed;
de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan; daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis kreeg van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen werd geconfronteerd; bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre zij onverhoeds was; bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis;
de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer, waarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
78 (achtenzeventig) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [moeder van het slachtoffer]
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [vader van het slachtoffer]
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.