ECLI:NL:GHSHE:2026:296
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling medeplegen opzettelijk handelen in strijd met Opiumwet
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 28 januari 2026 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, onder A, van de Opiumwet. Namens de verdachte was hoger beroep ingesteld tegen deze veroordeling en de opgelegde straf.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de verdediging afgewogen. Hoewel de advocaat-generaal en de verdediging pleitten voor een lagere straf, heeft het hof dit niet gevolgd vanwege de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden van het delict. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Daarnaast is de bewijsvoering aangevuld met een rectificatie van een proces-verbaal waarin een foutieve gewichtsbepaling van de in beslag genomen verdovende middelen is gecorrigeerd. Het juiste gewicht van de drugs bedroeg 119.691,60 gram in plaats van 7.000 gram, wat de ernst van het feit onderstreept. Het hof achtte de voorwaarden voor voorlopige hechtenis niet langer aanwezig en heeft het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling en handhaaft de gevangenisstraf van vijf jaar.