Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte] ,
96-098541-24categorie B en in geval van parketnummer
96-201884-24categorie AM) ingevolge het bepaalde in artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 zijn geldigheid had verloren. De verdachte zal derhalve worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 96-098541-24 onder 2 tenlastegelegde, alsmede van hetgeen in de zaak met parketnummer 96-201884-24 is tenlastegelegd.
Het proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994 d.d. 6 juli 2023 (p. 1-3), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Een in het dossier PL2100-2023284492 behorend bij parketnummer 96-201884-24 (pagina 6 tot en met 9) opgenomen schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai BVI-IB met als printdatum 9 januari 2024 (los opgenomen), voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR d.d. 15 augustus 2014 met als dossiernummer 2014015028 (los opgenomen), voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een besluit van het CBR d.d. 4 november 2014 met als dossiernummer 2014015028 (los opgenomen), voor zover inhoudende:
Een schriftelijk bescheid, te weten een brief van het CBR d.d. 15 december 2014 met als dossiernummer 2014015028 (los opgenomen), voor zover inhoudende:
Een (ongedateerd) schriftelijk bescheid, te weten een besluit bezwaarschriftprocedure ongeldig verklaren rijbewijs wegens niet betalen van het onderzoek, nummer 2014015028 / LH (los opgenomen), voor zover inhoudende:
Het (los opgenomen), in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Oost-Brabant, district Brabant-Zuid-Oost, opgemaakte ZSM Artikel 9 WVW Pro proces-verbaal, genummerd 12092016195083397 en gesloten op 9 februari 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:
Een schriftelijk bescheid, te weten gegevens van de RDW ten aanzien van aan de verdachte afgegeven rijbewijzen, zoals door de advocaat-generaal in hoger beroep aan het hof overgelegd, voor zover inhoudende:
het hof begrijpt: het besluit van het CBR d.d. 4 november 2014 waartegen de verdachte een bezwaarschrift heeft ingediend en waarbij verdachtes rijbewijs ongeldig is verklaard en verdachte is medegedeeld dat hij zijn rijbewijs niet meer mag gebruiken) met de verdachte besproken. Gelet hierop stelt het hof vast dat in ieder geval op 9 december 2014 de inhoud van voornoemd besluit bij de verdachte bekend was. In lijn hiermee is het feit dat verdachte in februari 2017 ten overstaan van de politie is verhoord in verband met het rijden met een ongeldig rijbewijs en heeft verklaard dat hij wist dat hij niet mocht rijden.
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) weken.