Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSHE:2026:861

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
27 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
200.366.685_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kennelijk niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak meervoudige kamer

In deze zaak heeft de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 oktober 2023 arrest gewezen in hoger beroep tegen de verzoeker. Ruim 2,5 jaar later, op 23 maart 2026, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren die het hoger beroep behandelden.

De wrakingskamer van het hof heeft dit verzoek beoordeeld en vastgesteld dat op grond van artikel 512 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726) een wrakingsverzoek niet meer kan worden ingediend nadat de einduitspraak is gedaan. Omdat het wrakingsverzoek pas na het arrest van de meervoudige kamer werd ingediend, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling afgewezen en de beslissing onverwijld medegedeeld aan verzoeker, de raadsheren en de advocaat-generaal. De beslissing is op 27 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Wrakingskamer
registratienummer: 200.366.685/01
datum beslissing: 27 maart 2026
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingsverzoeken
op het verzoek in de zaak met nummer [nummer] tegen
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot wraking van mrs. W.E.C.A. Valkenburg, E.A.A.M. Pfeil en A.R. Hartman, raadsheren in het team strafrecht van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch (hierna: de raadsheren).

1.Het procesverloop

1.1
De meervoudige kamer voor strafzaken van het hof, bestaande uit de raadsheren, heeft op 6 oktober 2023 arrest gewezen op het hoger beroep in de zaak tegen verzoeker.
1.2.
Het wrakingsverzoek is bij e-mail van 23 maart 2026 ter griffie van dit hof ontvangen. Verzoeker is door de coördinator van de wrakingskamer bericht dat het verzoek in behandeling is genomen.
1.3.
De wrakingskamer heeft het verzoek heden behandeld in raadkamer. De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, beslist het verzoek zonder mondelinge behandeling af te doen. De wrakingskamer heeft bepaald dat als volgt zal worden beslist op het verzoek.

2.De beoordeling

2.1.
Artikel 512 Sv Pro voorziet in de mogelijkheid dat op verzoek van de verdachte of het Openbaar Ministerie elk van de rechters die een zaak behandelen, wordt gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 26 november 2024 geoordeeld dat een verzoek tot wraking van de zittingsrechter(s) niet meer kan worden ingediend nadat einduitspraak is gedaan. [1]
Verzoeker heeft op 23 maart 2026 het wrakingsverzoek ingediend, terwijl de meervoudige kamer voor strafzaken op 6 oktober 2023, te weten circa 2,5 jaar eerder, arrest heeft gewezen op het hoger beroep. Het verzoek is zodoende ruim nadat de einduitspraak is gedaan ingediend. Verzoeker dient dan ook kennelijk niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn wrakingsverzoek.

3.De beslissing

Het hof (de wrakingskamer):
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, de raadsheren en de advocaat-generaal.
Deze beslissing is gegeven door mrs. T.A. Gladpootjes (voorzitter), J.T.F.M. van Krieken en J.P. de Haan, in tegenwoordigheid van mr. E. Royakkers, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726, r.o. 2.4.