Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
datum beslissing: 27 maart 2026
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze zaak heeft de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 6 oktober 2023 arrest gewezen in hoger beroep tegen de verzoeker. Ruim 2,5 jaar later, op 23 maart 2026, diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren die het hoger beroep behandelden.
De wrakingskamer van het hof heeft dit verzoek beoordeeld en vastgesteld dat op grond van artikel 512 Sv Pro en de jurisprudentie van de Hoge Raad (26 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1726) een wrakingsverzoek niet meer kan worden ingediend nadat de einduitspraak is gedaan. Omdat het wrakingsverzoek pas na het arrest van de meervoudige kamer werd ingediend, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer heeft het verzoek zonder mondelinge behandeling afgewezen en de beslissing onverwijld medegedeeld aan verzoeker, de raadsheren en de advocaat-generaal. De beslissing is op 27 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.