Uitspraak
[X], volgens zijn mededeeling thans buitenslands, tegen de uitspraak van den Raad van Beroep voor de directe belastingen I te
[Z]de dato 20 mei 1925, betreffende zijne aanslagen in de Vermogensbelasting en Verdedigingsbelasting I
b, over het belastingjaar 1922/1923;
Procureur-Generaal, strekkende tot verwerping van het beroep;
nietmetterwoon gevestigd was, de tweede aanslag in strijd is met de wet en zulks onverschillig of de ambtenaar, die den aanslag oplegde, al dan niet met het bestaan van den vroegere aanslag bekend was;
[Z]de dato 20 Mei 1925, doch alleen voorzooverre zij betrekking heeft op den aan [X] opgelegde aanslag in de Verdedigingsbelasting I
b;
[Z], 6de Divisie de dato 5 Februari 1924, voorzooverre daarbij de aanslag in de Verdedigingsbelasting I
bover het belastingjaar 1 mei 1922 – 30 April 1923 met een bedrag van ƒ 7.50 werd verminderd;