Uitspraak
[requirant], geboren te
[geboorteplaats][geboortedatum] 1887 en aldaar wonende, requirant van cassatie tegen een vonnis van de Arrondissements-Rechtbank te 's-Gravenhage van den twintigsten Januari 1927, houdende bevestiging in hooger beroep van een mondeling vonnis van het Kantongerecht aldaar van 18 November 1926, waarbij hij wegens het te 's-Gravenhage op plaatsen voor openbaar verkeer bestemd, geschriften, aanstootelijk voor de eerbaarheid, ten verkoop voorhanden hebben, met toepassing van de artikelen 12 d en 45 der Algemeene Politieverordening voor 's-Gravenhage, 23 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot eene geldboete van tien gulden en eene vervangende hechtenis van vier dagen;
Jhr. Feith;
Berger, namens den Procureur-Generaal, in zijne conclusie, strekkende tot vernietiging der bestreden uitspraak en tot verwijzing der zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, ten einde op het bestaande hooger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan;
's-Gravenhageden 20sten Januari 1927 in deze zaak gewezen;
's-Gravenhage, ten einde haar op het bestaande hooger beroep opnieuw te berechten en af te doen.