Uitspraak
[woonplaats], eischer tot cassatie van een op 15 April 1936 door het Gerechtshof te Amsterdam tusschen partijen gewezen arrest, vertegenwoordigd door Jhr. Mr. A.K.C. de Brauw, advocaat bij den Hoogen Raad;
Rotterdam, verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. W.F. Wery, mede-advocaat bij den Hoogen Raad;
Berger, namens den Procureur-Generaal, strekkende tot verwerping van het beroep, met veroordeeling van eischer tot cassatie in de daarop gevallen kosten;