Uitspraak
[woonplaats], eischer tot cassatie van het tusschen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 April 1938, kosteloos procedeerende krachtens beschikking van den Hoogen Raad van 8 Juli 1938, vertegenwoordigd door Mr. F.M. Westerouen van Meeteren, advocaat bij den Hoogen Raad;
[vestigingsplaats], verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. L.J. van Gelein Vitringa, advocaat bij den Hoogen Raad;
Wijnveldt, namens den Procureur-Generaal, in zijn conclusie, strekkende tot vernietiging van het bestreden arrest, terugwijzing der zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam ten einde met inachtneming van ’s Hoogen Raads arrest verder te worden berecht en afgedaan en tot veroordeeling van verweerster in de kosten der procedure;