ECLI:NL:HR:1953:AY3207
Hoge Raad
- Cassatie
- Nypels
- Smits
- van Rijn van Alkemade
- Wiarda
- van der Loos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling nieuwe feiten voor navordering inkomstenbelasting bij schatting nalatenschap
In deze zaak gaat het om de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1946 opgelegd aan belanghebbende, gebaseerd op een schatting van zijn aandeel in de nalatenschap van zijn vader. Belanghebbende had bij zijn aangifte aangegeven dat de waarde en opbrengst van zijn aandeel slechts geschat waren en dat hij deze gegevens zou aanvullen zodra mogelijk.
De inspecteur legde een definitieve aanslag op zonder de aanvullende gegevens af te wachten, waarna een navorderingsaanslag werd opgelegd toen de juiste gegevens alsnog werden verstrekt. De Raad van Beroep vernietigde deze navorderingsaanslag omdat geen nieuw feit was voorgekomen dat navordering rechtvaardigde, aangezien de inspecteur al bij de oorspronkelijke aangifte op de hoogte was van de schatting.
De Minister van Financiën stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat het enkele feit dat de aangifte een schatting bevatte niet uitsluit dat de inspecteur een navordering kan opleggen wanneer nadere gegevens afwijkingen aantonen. De Hoge Raad oordeelde dat de Raad van Beroep terecht had geoordeeld dat er geen nieuw feit was, maar dat deze conclusie te algemeen was. De zaak werd vernietigd en verwezen voor nader onderzoek naar de waarschijnlijkheid en omvang van afwijkingen tussen geschatte en werkelijke cijfers en of deze als nieuwe feiten kunnen gelden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de Raad van Beroep en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de vraag of de nadere gegevens als nieuwe feiten voor navordering kunnen gelden.