ECLI:NL:HR:1957:8
Hoge Raad
- Cassatie
- Donner
- Smits
- Boltjes
- Hülsmann
- Petit
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en vergoeding bedrijfsschade door uitval trammaterieel na aanrijding
In deze zaak staat de vergoeding van bedrijfsschade centraal die de N.V. Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (R.T.M.) vordert van de N.V. Stoomboot Rederij op de Lek (de Rederij) na een aanrijding waarbij trammaterieel beschadigd raakte. De R.T.M. maakte kosten voor het inzetten van reserve-materieel om de dienst voort te zetten tijdens reparaties. De Rederij erkende aansprakelijkheid voor de schade aan het materieel, maar betwistte de bedrijfsschadevergoeding, stellende dat de R.T.M. haar dienst ongestoord kon voortzetten met reeds beschikbaar reserve-materieel.
De rechtbank stelde vast dat de R.T.M. een speciale voorziening had getroffen door reserve-locomotieven en personenrijtuigen bedrijfsklaar te houden voor invallen bij schade door schuld van derden. De rechtbank hanteerde een berekeningswijze waarbij de kosten van het reserve-materieel werden gedeeld door 365 dagen, wat leidde tot een lagere vergoeding. Het hof verwierp deze methode en stelde dat de vergoeding gebaseerd moest zijn op de jaarlijkse kosten gedeeld door het aantal dagen dat het materieel gemiddeld dienst doet, vermenigvuldigd met het aantal dagen van vervanging door het ongeval, met enkele correcties.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de bedrijfsschade vermindert met de dagen waarop het reserve-materieel daadwerkelijk dienst deed, omdat deze kosten wel degelijk onderdeel zijn van de voorziening om schade te voorkomen. De Hoge Raad bevestigt dat de R.T.M. aanspraak heeft op volledige vergoeding van de kosten verbonden aan het aanhouden van het reserve-materieel, inclusief de doorlopende kosten tijdens gebruik.
De Rederij wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van f. 6807,40 plus rente, bovenop de reeds erkende herstelkosten. De uitspraak benadrukt dat de kosten van een blijvende voorziening ter beperking van bedrijfsschade als normaal en voorzienbaar worden beschouwd en volledig vergoed dienen te worden.
Uitkomst: De Rederij wordt veroordeeld tot betaling van f. 6807,40 plus rente aan de R.T.M. voor bedrijfsschade en herstelkosten.