Uitspraak
[verweerster 1], wonende te [woonplaats], en
[verweerster 2], echtgenote van [A], wonende te [woonplaats], verweerster in cassatie, tevens voorwaardelijk incidenteel eiseressen tot cassatie,
Hoge Raad
In deze zaak huurde Union kantoor- en magazijnruimten van [verweersters] in een flatgebouw. Door bevriezing sprong een dienstleiding buiten het gehuurde, waardoor de magazijnruimten onder water kwamen te staan en Union schade leed. Union stelde dat [verweersters] als verhuurders aansprakelijk waren wegens het ontbreken van rustig genot en wanprestatie.
De Kantonrechter oordeelde aanvankelijk dat [verweersters] aansprakelijk waren, tenzij het springen van de leiding aan een oorzaak te wijten was waarvoor zij niet hoefden in te staan. De Rechtbank vernietigde dit vonnis en oordeelde dat [verweersters] mochten vertrouwen op de vorstvrije aanleg en onderhoud van de dienstleiding door de gemeentebedrijven, die eigenaar waren van de leiding.
De Hoge Raad bevestigde dat de verhuurders niet aansprakelijk zijn voor de schade tenzij zij schuld hebben aan het defect. Ook al zou het kelderraam onvoldoende gesloten zijn geweest, dit leidt niet zonder meer tot aansprakelijkheid van [verweersters]. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Union en veroordeelde haar in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van Union af en bevestigt dat verhuurders niet aansprakelijk zijn voor schade door een gesprongen dienstleiding buiten het gehuurde zonder schuld.