ECLI:NL:HR:1980:AC6787
Hoge Raad
- Cassatie
- Ras
- Drion
- Snijders
- Haardt
- de Groot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over definitie en bewijs van voordeel bij huur bedrijfsruimte volgens art. 1636 BW
Oppel had van De Vries het perceel met Hotel Zeezicht gehuurd. Na beëindiging van de huurovereenkomst exploiteerden de zoon en echtgenote van De Vries een soortgelijk bedrijf in hetzelfde pand onder dezelfde handelsnaam. Oppel vorderde een vergoeding op grond van artikel 1636 BW Pro wegens het voordeel dat De Vries daardoor genoot.
De Kantonrechter en Rechtbank stelden dat Oppel niet had bewezen dat hij goodwill had opgebouwd en dat De Vries voordeel had genoten. De rechtbank hanteerde daarbij een beperkte definitie van goodwill als winstcapaciteit boven normaal rendement en gebruikte de winst- en verliesrekening als graadmeter.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de betekenis van 'voordeel' in artikel 1636 BW Pro heeft miskend. Voordeel omvat meer dan alleen de klassieke goodwill en betreft elk voordeel toe te schrijven aan de ondernemersactiviteit van de huurder. De rechtbank had ook rekening moeten houden met branchegebruik, zoals de meerwaarde bij overname van inventaris en het voortzetten van de handelsnaam.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden vonnissen en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij De Vries wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vonnissen en verwijst zaak naar Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling over voordeel uit voortzetting bedrijf.