ECLI:NL:HR:1981:AG4152
Hoge Raad
- Rekestprocedure
- Ras
- Vice-President Drion
- Haardt Martens
- de Groot
- Drion
- Rechtspraak.nl
Huurrechtelijke beoordeling over gedrag huurder en overlast bij voortzetting bewoning
In deze zaak stond centraal of ernstige overlast die verhuurder ondervindt van voortzetting van bewoning door huurder, ook als die overlast niet het gevolg is van laakbare gedragingen van huurder, kan worden begrepen onder het criterium 'zich niet gedragen zoals een goed huurder betaamt'.
De Kantonrechter had het verzoek tot beëindiging van de huurovereenkomst afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat de huurder zich onbetamelijk had gedragen. De Arrondissementsrechtbank bevestigde dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat de wetgever met artikel 1623e BW nadruk legt op het gedrag van de huurder en dat overlast die voortvloeit uit persoonlijke omstandigheden van de verhuurder niet voldoende is voor beëindiging.
De Hoge Raad benadrukte dat het criterium niet kan worden uitgebreid met de oude jurisprudentie over ernstige overlast zonder laakbaar gedrag. De bescherming van de huurder is daarmee gewaarborgd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens onbetamelijk gedrag van de huurder werd afgewezen en de beschikking van de Arrondissementsrechtbank werd bekrachtigd.