Uitspraak
bedoeldebetogen een rechtvaardigingsgrond uitmaken van het misdrijf bepaald in art. 137 e van het Wetboek van Strafrecht,
wegenshun (dit slaat derhalve terug op de desbetreffende tot mikpunt uitgekozen groep mensen) ras, godsdienst of levensovertuiging. Het zoëven genoemde voorbeeld betreffende de Soedanezen dient dus aangevuld in deze trant: ‘’want het zijn Mohammedanen’’ of ‘’want het zijn kleurlingen’’ ‘’ (Noyon-Langemeijer, bij de bespreking van art. 137 e pag. 180),
27 oktober 1987.