ECLI:NL:HR:1990:AC1234
Hoge Raad
- Cassatie
- Van Vucht
- Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wanbeleid bij Ogem Holding en herroept oordeel over projectontwikkeling
De Hoge Raad heeft op 10 januari 1990 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure betreffende het beleid en de gang van zaken bij Ogem Holding N.V. over de periode 1973 tot en met maart 1981. De Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam had eerder vastgesteld dat er sprake was van wanbeleid bij Ogem, maar de Hoge Raad vernietigt het oordeel over de projectontwikkeling vanwege onvoldoende motivering en herroept dit deel van de beschikking.
In de procedure stond centraal of het beleid van de Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen van Ogem als wanbeleid kon worden aangemerkt. De Hoge Raad bevestigt het begrip wanbeleid zoals gehanteerd door de Ondernemingskamer, waarbij onzorgvuldigheden van voldoende ernst leiden tot wanbeleid. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het vaststellen van wanbeleid bindend is voor partijen, behoudens cassatie.
De Hoge Raad behandelt diverse middelen, waaronder de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, het begrip wanbeleid, de motivering van het oordeel over de jaarrekeningen, de informatievoorziening binnen de concernstructuur en de wijze van raadpleging van commissarissen. De Hoge Raad oordeelt onder meer dat verzoekers die in eerste aanleg verweer hebben gevoerd ontvankelijk zijn in cassatie en dat het beroep op artikel 6 EVRM Pro niet slaagt.
Uiteindelijk vernietigt de Hoge Raad het oordeel over de projectontwikkeling wegens onvoldoende motivering en verwijst het geding terug naar de Ondernemingskamer voor herbeoordeling van dit punt. Voor het overige wordt het beroep verworpen en worden verzoekers in de kosten van de cassatieprocedure veroordeeld.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt wanbeleid bij Ogem Holding, vernietigt het oordeel over projectontwikkeling en verwijst dat punt terug naar de Ondernemingskamer.