ECLI:NL:HR:1992:AA7056
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van omzetbelasting bij beëindiging arbeidsovereenkomst in voetbaltransfer
De vereniging X te Z had arbeidsovereenkomsten met spelers A en B die respectievelijk liepen tot juni 1990 en juni 1989. In mei 1989 ontving zij vergoedingen van voetbalclubs C en D in verband met de overgang van deze spelers naar die clubs. De KNVB-reglementen en internationale afspraken vereisten dat de oorspronkelijke club een vergoeding ontvangt bij overgang van een speler naar een buitenlandse club, ook als het contract nog liep.
Belanghebbende betwistte de door haar betaalde omzetbelasting over deze vergoedingen en kwam met toestemming van de Inspecteur rechtstreeks in beroep bij het Hof. Het Hof oordeelde dat er een direct verband bestaat tussen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de betaling van de vergoeding, waardoor deze vergoeding als prestatie moet worden aangemerkt waarop omzetbelasting van toepassing is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees erop dat de diensten in Nederland zijn verricht, ook al betreft het sportieve prestaties, omdat het bewilligen van de beëindiging feitelijk in Nederland plaatsvindt. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het Hof's uitspraak werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de omzetbelastingheffing over de vergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst wordt bevestigd.