ECLI:NL:HR:1992:AD1701

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 1992
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
91.531
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Bronkhorst
  • raadsheer Beekhuis
  • raadsheer Keijzer
  • raadsheer Govaerts
  • raadsheer Koster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 300.1 SrArt. 138.1 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vrijspraak en veroordeelt voor diefstal, mishandeling en huisvredebreuk

In deze strafzaak heeft het Hof Arnhem in hoger beroep het vonnis van de Politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van diefstal, maar veroordeeld voor mishandeling en huisvredebreuk tot een gevangenisstraf van drie maanden. Tevens werd een civiele vordering van de beledigde partij toegewezen.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, maar heeft geen middelen van cassatie ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft ambtshalve onderzocht of er gronden zijn voor vernietiging van het arrest, met name met betrekking tot de overgang van de civiele vordering na overlijden van de beledigde partij.

De Hoge Raad oordeelt dat er geen gronden zijn voor ambtshalve vernietiging en verwerpt het cassatieberoep. Hiermee blijft het arrest van het Hof Arnhem in stand. De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke en civielrechtelijke beslissingen van het Hof en geeft duidelijkheid over de rechtspositie van civiele vorderingen na overlijden van de benadeelde partij.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep; verdachte vrijgesproken van diefstal en veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf voor mishandeling en huisvredebreuk.

Uitspraak

23 juni 1992
Strafkamer
nr. 91.531
JM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 14 maart 1991 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te
[woonplaats].
1. De bestreden einduitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 10 mei 1990, voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen, — de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 5 primair dan wel subsidiair telastegelegde en hem voorts ter zake van 1. en 6. telkens opleverende: "diefstal", 4. "mishandeling" en 5. "in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de vordering van de beledigde partij toegewezen in voege als in het arrest vermeld.
2. Het cassatieberoep
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.
3. De conclusie van het Openbaar Ministerie
De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
4. Beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Derhalve moet het cassatieberoep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Bronkhorst als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis, Keijzer, Govaerts en Koster, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op
23 juni 1992.