ECLI:NL:HR:1994:AA2944
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Zuurmond
- Herrmann
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag loonbelasting en vermindert verhoging
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over de periode 1 januari 1983 tot en met 31 januari 1988, met een verhoging van hetzelfde bedrag. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en weigerde kwijtschelding van de verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de aanslag bevestigde, het besluit tot weigering van kwijtschelding vernietigde en de verhoging verminderde tot f 500.000,--.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat de inspecteur bevoegd was een naheffingsaanslag loonbelasting op te leggen, ook als navorderingsaanslag inkomstenbelasting mogelijk was. Verder wees de Hoge Raad het beroep af dat belanghebbende kon profiteren van het belastingverdrag met Ierland, omdat hij volgens het verdrag geen inwoner was van Nederland of Ierland.
Ook werd geoordeeld dat er geen sprake was van een schending van het recht op een eerlijk proces en dat de procedure voor de verhoging niet werd belemmerd door een strafrechtelijke procedure. Ten slotte werd bevestigd dat de verhoging vervalt indien de strafrechter een onherroepelijke uitspraak doet over het feitencomplex. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en deed geen uitspraak over proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de naheffingsaanslag loonbelasting met een vermindering van de verhoging tot f 500.000,--.