ECLI:NL:HR:1994:AA2968
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling correctie winstneming bij verkoop economische eigendom pand in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, verkocht in 1983 de economische eigendom van een pand maar leverde het juridisch pas in 1987. Zij nam de winst uit deze verkoop niet in 1983, maar pas in 1987, wat de inspecteur corrigeerde. Het hof bevestigde dat volgens goed koopmansgebruik de winst in 1983 genomen moest worden en dat de inspecteur de correctie in 1987 mocht toepassen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de winstneming niet mag worden uitgesteld tot de juridische levering en dat de passiefpost voor de leveringsverplichting niet hoger mag zijn dan de boekwaarde van het pand. Ook is het oordeel dat de inspecteur de foutieve waardering in het oudste openstaande jaar mocht corrigeren juist.
Verder oordeelt het hof dat de foutenleer niet vereist dat rekening wordt gehouden met gederfde vermogensaftrek, omdat belanghebbende ook voordelen heeft genoten zoals liquiditeits- en rentevoordelen. De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende geen nadeel heeft geleden door de correctie in 1987 en dat geen reden bestaat voor een tegemoetkoming.
Ten slotte bevestigt de Hoge Raad het oordeel dat een eventuele vervangingsreserve uiterlijk in 1987 in de winst had moeten worden opgenomen. Het beroep in cassatie wordt verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de correctie van de winstneming in 1987 door de inspecteur bevestigd.