ECLI:NL:HR:1994:AA2981
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake waardering kantoorpand bij inkomstenbelasting 1986
Belanghebbende, een notaris die werkzaam is in een maatschap, kreeg voor het jaar 1986 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op een belastbaar inkomen van f 348.041,--. De Inspecteur handhaafde deze aanslag na bezwaar, en het Hof bevestigde dit in hoger beroep. Belanghebbende stelde dat het kantoorpand op de balans moest worden afgewaardeerd tot een lagere bedrijfswaarde dan de boekwaarde. Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de bedrijfswaarde lager was dan de boekwaarde, mede omdat geen sprake was van een vermogensverlies dat niet door tijdelijke marktinvloeden werd veroorzaakt.
De Hoge Raad stelt dat het Hof ten onrechte onvoldoende rekening heeft gehouden met de gewijzigde winstverdeling binnen de maatschap, waarbij een lagere rentevergoeding werd toegekend aan belanghebbende vanwege de afwaardering van het pand. Dit kan een aanwijzing zijn dat het pand niet de verwachte bijdrage aan het resultaat levert en dus een vermogensverlies veroorzaakt dat niet tijdelijk is. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris van Financiën tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van belanghebbende voor het cassatieberoep. De uitspraak is gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling van de waardering van het kantoorpand.