ECLI:NL:HR:1994:AA2984
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Herrmann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt berekeningsmethode afschrijving eigen monumentenwoning voor inkomstenbelasting 1988
Belanghebbende was eigenaar van een monumentenpand dat als eigen woning werd gebruikt en maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1988 vanwege de hoogte van de afschrijving. De Inspecteur en het Hof stelden de afschrijving vast op 15% van 4 1/13 maal het netto-huurwaardebedrag zoals bepaald in artikel 42a van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende voerde aan dat de afschrijving moest worden berekend op basis van de economische huurwaarde, die hoger ligt dan het forfaitaire netto-bedrag. De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het forfaitaire netto-bedrag als grondslag, mede om de uitvoering van de wet te vereenvoudigen en dat deze systematiek ook geldt voor monumentenwoningen.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af omdat de aanslag reeds was vastgesteld volgens de juiste berekeningswijze. De bijzondere regeling voor monumentenwoningen en het onderscheid met ondernemingsvermogen werden toegelicht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aanslag inkomstenbelasting 1988 blijft gehandhaafd met de berekeningswijze van de afschrijving zoals vastgesteld.